Kantelen

Kunstwerken kunnen beschouwd worden als een cultuurverslag. ‘Zo zag de wereld er toen uit, voor mij’. Kunst als concept is een specifieke aanduiding voor voorwerpen, denkconstructies en situaties die van bijzondere waarde worden geacht door toedoen van een theoretische of ambachtelijke ingreep. Om te spreken van en over kunst zal men een kunstzinnige ‘blik’ moeten ontwikkelen. Deze blik, deze zienswijze, wordt esthetisch genoemd hoewel het slechts een aspect is van wat esthetiek betekent, namelijk waarneming in het algemeen. Dus ook die zienswijzen waar niet-kunst binnen het blikveld valt en dat is meestal zo. Ook al omdat kunstvoorwerpen zich heel graag willen onderscheiden van hun directe omgeving, hetgeen best lastig kan zijn. *

      Als er wordt beweerd dat het tijd is voor ‘een ruimer kunstbegrip’, dan nadert kunst al gauw filosofie, immers voorbij het kunstvoorwerp als contextueel beperkt gegeven. We kunnen dan spreken over denkprocessen, of in ieder geval kijkgedrag. Een esthetische houding die echt niet voorbehouden is aan witte blokjes, maar teruggaat op klassieke perceptie. Dat kunst en artistieke processen zich al sinds decennia buiten galerie-achtige omgevingen afspelen, bovendien zichzelf daarbij als kunstkritisch of idealistisch afficheren, hoeft hier niet nogeens uitgelegd. Om dan te suggereren dat het op dit moment ‘een nieuw kantelmoment in de kunst’ betreft, zoals Akiem Helmling in Metropolis 2019, nr.1 beweert, klinkt lichtelijk pompeus. Hoewel er terdege wel iets te zeggen valt over het kantelidee – als vorm van maatschappelijke transitie – dat buiten de kunstacademies manifest is geworden.

      Maar misschien kan Akiem’s suggestie verstaan worden als ‘een kantelmoment in de kunstkritiek’. Waar Duchamp in de kern voor aangewezen wordt, het inhoudelijke van de kunstboodschap, speelde begin 20e eeuw terzelfdertijd ook in de filosofie, de cinematografie, het theater. En als het gaat om de inhoud van een kunstwerk dan is de ethiek niet ver weg. Dat aspect lijkt nu – ofschoon met tussenposes – steeds meer een grotere rol te gaan spelen in de kunstreceptie. Zoals recent het artikel van Nicole Montagne die in de Witte Raaf de recensenten Van Zeil en Pijbes in hun kunstenthousiasme weet te amenderen. Het betrof een kritische blik op de film van ‘Het echtpaar Carter-Knowles’, maar betekent tevens een correctie van een zienswijze die zich had laten meeslepen in een nogal populariserend vertoog.

      Dat kunst en kunstkritiek zich nader, kennisgericht, verhouden tot filosofie en esthetiek, is aan te moedigen. Een kunstvoorwerp als aanleiding maakt dat gesprek alleen maar meer mededeelzaam.

   *DeFKa, De Kraai van Walter, Kunstenaars en filosofen over Kunst-Niet Kunst, 2008, Assen.

Selectieve perceptie

 

 

De Zeven Zintuigen, over waarnemen en onwaarnemen. Zo luidt de titel van het boek geschreven door Iris Sommer, “psychiater en neurowetenschapper, verbonden aan het UMCG in Groningen”. Een titel die nieuwsgierig maakt naar nieuwe inzichten.
In haar lezing bij de Rug kwam voornamelijk haar fascinatie voor de geur als meest ‘sprekend’ zintuig naar voren, omdat het als enige direct en ongefiltert de sensaties ‘doorgutst’ naar het emotionele brein. Belangrijk referentiepunt was haar bezoek aan Mumbai. In het boek valt juist de nadruk op de rationele verwerking van geselecteerde indrukken. Hierbij verwijst Sommer naar Kahneman’s indeling van een snel systeem, de (nogal onbetrouwbare) intuïtie, en een tweede, langzame systeem, namelijk het brein dat volgens Sommer dient ter correctie van intuïtieve verkeerde interpretaties. Een helder verschil tussen intuïtie en instinct paste blijkbaar niet in dit schema.
      In haar argumentatie is weinig ruimte voor theorieën rond ‘embodied cognition’, noch voor een onderbouwing vanuit de esthetiek of culturele antropologie. Opvallend, want onder anderen de filosoof Maurice Merleau-Ponty heeft sterk de aandacht gevestigd op de directe, lichamelijke en emotionele, kennisaccumulatie naast de empirische en intellectuele selectie. Hetgeen vooral in relatie tot kunsttheorie en fenomenologie flinke sporen heeft getrokken. De weinige ruimte die Sommer gunt, zou dan de intuïtie als zesde zintuig kunnen betreffen, aangenomen dat deze gevoed wordt door alle zintuigen met name geur en propioceptie, het ‘zelfgevoel’.
Dat de mens zich meer bewust zou kunnen worden van zijn vooroordelen lijkt evident: intellectuele zelfkritiek. Het zou interessant zijn als er meer aandacht zou komen voor het interactieve proces tussen neurale en emotioneel bewuste interpretaties: lichamelijke zelfkritiek en mentale bevestiging. *
      Typisch, oud, voorbeeld van de artistieke interesse voor neurofysisch onderzoek is bekend geworden als impressionisme en pointillisme. Een kwestie van waarnemen. Het Groninger Museum heeft daar een kernachtig item voorhanden, namelijk de stoel van Mendini die tevens diende als museaal exterieur. Deze is verbonden met de schrijver Proust die weer vaak wordt geassocieerd met goede smaak. En smaak is het onderwerp van een 17e eeuws schilderij waar we dit jaar weer naar op zoek zijn.
      De lezing was georganiseerd door Studium Generale Groningen, want “verbreedt je horizon met vernieuwende en multidisciplinaire activiteiten op het gebied van wetenschap, cultuur en maatschappij”.
   *) DeFKa, Zien der ogen, Kunstenaars en theoretici over Waarneming, Assen, 2010

 

Geen woord zo vrij als vrij

De Week van de Poëzie begint in Assen op vrijdagavond 1 februari om 19.00 uur in Boekhandel Van der Velde, op de Gedempte Singel 11. De dichters die deze keer komen voordragen zijn Lieke Marsman, Willem Thies en Hanneke Poelmans. De muzikale bijdrage komt van Nadua Kramer. De medewerkers van DeFKa Research presenteren de avond. We beginnen om 19.00 uur en gaan door, met een kleine pauze, tot 20.45.
Er is koffie, thee, frisdrank aanwezig en de toegang is gratis.
U bent van harte welkom. Vrijdagavond is tevens koopavond in Assen. Uiteraard is dan ook het speciale poëziegeschenk van Tom Lanoye verkrijgbaar. Thema van de week dit jaar is Vrijheid. Plaats/Adres: Gedempte Singel 11 ; vrije toegang.

Veelzijdig, zichtbaar waardevol

Cultuur in Nederland

Raad voor Cultuur 22/11/18

Twee direct opvallende stellingnames in dit advies:

“De raad pleit er daarom in dit advies voor om de positie van de individuele kunstenaar en de infrastructuur van de sector te verstevigen en daarvoor middelen ter beschikking te stellen”. 

“Voor het begrijpen, zichtbaar maken en houden van beeldende kunst is het bewaren en ontsluiten van kunstenaars- en instellingsarchieven belangrijk. Zij bevatten een schat aan informatie: van correspondentie tot contracten, van uitnodigingen tot persoonlijke krabbels, studies, schetsen, ontwerpen, notities en aantekenboeken”.

Zichtbaar van Waarde, 2018

D20C1E84-BA82-4EDE-9189-5ECA7593E555

 

 

Hedwig Fijen, cultuur in Europa

 

Sandberglezing 2018 – Hedwig Fijen

Op uitnodiging van Defka Research hield op 16 november Hedwig Fijen de 14eSandberglezing. Fijen is directeur van de biënnale Manifesta, dat sinds 1996 wordt georganiseerd in diverse grote steden in Europa. Doel van Manifesta is, sinds de oprichting, het nader tot elkaar brengen van West- en Oosteuropa. Typerend voor Manifesta is haar nomadisch karakter met oog voor nieuwe ontwikkelingen op artistiek en sociaal gebied, vaak in vorm aan te duiden als laboratorium en ‘incubator”. Juist ook op plaatsen buiten de Europese culturele centra. Dus wel in Ljubljana, Limburg of Murcia, niet in Rome, Parijs of Londen.

Dit jaar heeft Palermo de eer gehad drie maanden lang een reeks van evenementen te presenteren waarbij de stad en haar bewoners sterk betrokken werden. Want, zo gaf Hedwig Fijen aan, dat is mede de kracht van Manifesta. De organisatie werkt met een gezamenlijke visie en een aantal curatoren – creatieve mediators – die vervolgens aan het werk gaan middels eigen programma’s en lokaal netwerk. Het algemene thema in Palermo was The Planetary Garden – Cultivating Coexistence, aansluitend bij het concept dat de stad en het eiland Sicilië, als vanouds gekenmerkt wordt door migratie. Biotopisch gezien zowel in natuurlijke, menselijke, als culturele betekenis. Palermo als stad van tuinen waar nieuwe ideeën, nieuwe samenwerkingen en experimenten kunnen gedijen. Onderscheidend in deze ambitie is dat Manifesta zich bewust is van het meestal tijdelijke karakter van kunst-biënnales en daarom consequent probeert projecten vorm te geven die een blijvende meerwaarde kunnen vormen voor de regionale bevolking. Concreet betekende dit bijvoorbeeld de restauratie van een aantal gebouwen zoals bij de herbestemming van het teatro Garibaldi als centrum van de biënnale. Hier kwam men samen voor informatie, tickets, debatten en het uitgebreide educatieve programma.

Hedwig vertelde zeer gedreven over de combinatie van beeldende activiteiten en sociale praktijk. De evenementen waren aldus verspreid over heel veel locaties, palazzo’s en kerken, maar ook theaters, tuinen en op straat. Mede tot uiting komend in de diversiteit aan disciplines, beeldend kunst en architectuur, onderzoek, filmvoorstellingen, performances, mobiele interacties.
Op de vraag of Manifesta ook buiten Europa actief zou willen worden is het antwoord genuanceerd: als biënnale blijft Manifesta een Europese productie met de focus op “minderheden en culturen binnen Europa zelf”. Maar gezien de verwachte uitbreiding van Europa en haar directe relaties met omringende gebieden als het Middenoosten, Afrika en Azië, is Manifesta.org voortdurend bezig contacten te leggen met internationale partners en onafhankelijke professionals op het terrein van de hedendaagse kunst.

De volgende Manifesta wordt gepresenteerd door Marseille in 2020. In de voorbereiding van deze komende biënnale wordt reeds samengewerkt met stedebouwkundige en architect Winy Maas van MVRDV en The Why Factory/TU Delft.

 

 

De Sandberglezing werd in 2004 door DeFKa, het Departement voor Filosofie en Kunst in Assen, geïntroduceerd als eerbetoon aan Willem Sandberg, die een groot deel van zijn jeugd in Assen heeft gewoond. Sandberg was van 1945 tot 1962 directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, dat zich onder zijn leiding ontwikkelde tot een internationaal vermaard centrum voor moderne kunst. De lezingen, door toonaangevende kunstenaars en theoretici, richten zich op hedendaagse kunst en cultuur in historisch perspectief. Eerdere Sandberglezingen werden verzorgd door Max Arian, Peter Sonderen, Gijs Frieling, Henk Slager, Thijs Lijster, Renee van de Vall, Christiaan Jansen/Hans van den Ban, Steven ten Thije, Leonard de Paepe, Meta Knol, Mieke Gerritzen, Jan Bor en Micha Hamel.