Oproep SC Montage

voor het nieuwe DeFKa Research SC Magazine

DeFKa nodigt kunstenaars, schrijvers, architecten, performers en musici uit om een (beeldend) essay – exposé, manifest, compositie – aan te leveren in de taal en beeldvorm van hun preferente disciplines rond het thema Montage.

Deadline 15 januari 2020. Opsturen naar info@defka.nl. Lengte van artikelen maximaal 5000 woorden. Specifieke beeldopmaak en repro in samenwerking. Formaat van het tijdschrift wordt ca. 29,5×21 cm.

Na beoordeling volgt publicatie en met het verschijnen van het eerste nummer de presentatie met toelichtingen en performances in: April 2020

Het begrip Archivering is leidraad voor een nieuwe reeks publicaties die DeFKa Research zal lanceren onder de titel DeFKa Research SC. Thema van het eerste Archief-nummer is Montage. Dit nieuwe tijdschrift functioneert als Essayistisch Platform voor transdisciplinair onderzoek met als uitgangspunt de DeFKa Research Collectie in relatie tot de transversale verbindingen met wetenschap, filosofie en hedendaagse kunst.

Het thema Montage, ook in de variant Sampling of Collage, is gekozen omdat het als methodische topoi in diverse kunstenaarspraktijken een belangrijke rol speelt en als zodanig aantoonbaar ook zijn weerslag heeft gekregen in onze collectie. Wij zijn benieuwd hoe het thema ook elders in het artistieke en filosofische discours een actuele, betekenisvolle, meerwaarde kan laten ervaren mede gezien het archiveren van hedendaagse kunst. De verschillende parallelle opties als herneming, herinterpretatie en emulatie, kunnen daarbij zich laten gelden. Bovendien bestaat er geen ontwikkeling, geen proces, zonder voorgaand gebeuren.

Het SC magazine gaat halfjaarlijks verschijnen en neemt per publicatie een thema op grond van een object uit de eigen collectie. Bij verschijning van elk nieuw nummer wordt ook het volgende thema bekendgemaakt. Ze worden telkens gelanceerd op een bijeenkomst met performances, lezingen of uitvoeringen door de inzenders van de essays. Lengte artikelen maximaal 5000 woorden en bij specifieke beeldopmaak in samenwerking. Formaat van het tijdschrift wordt ca. 29,5×21 cm. Inzendingen naar info@defka.nl.

Op Vrijdag 8 november is er tussen 12.00 en 13.30 uur gelegenheid tot het uitwisselen van informatie en overleg. Om 14.30 houdt Arno van Roosmalen de Sandberglezing 2019 waarna er om 15.30 uur een Forumdiscussie plaatsvindt over het thema Archivering en Publieke Presentaties. Hieraan nemen deel onder meer Arno van Roosmalen (Stroom Den Haag), Fifine Kist (Rheinwardt Academie),  Drents Archief en Gert Wijlage (DeFKa RSC). Aan het eind van de middag is er gelegenheid voor een toast tot 17.00 uur.

Venue is: Drents Archief, Brink 4, Assen.

-Het meest recente DeFKa Researchproject (2018/2019) resulteerde in de publicatie Universalisme als Praktijk en is nog verkrijgbaar (€ 29,50).

Call for submission on the theme Montage

Artists and philosophers are invited to submit a (visual) essay, exposé or manifesto on the theme of Montage. Open to all disciplines.

Friday, November 8, ahead of the Sandberg lecture, there will be an opportunity to explain and clarify ideas. Deadline for submissions is January 15, 2020. We will review and publish the most interesting contributions. Launch of the new magazine is due in April 2020.

The theme Montage has been chosen because of its role as a methodical topos in various artistic practices, and therefore also in the DeFKa collection. We are curious how the theme in current artistic and philosophical discourse can be of significance for archiving contemporary art.

This notification has also been published in Bk-info, MetropolisM en De Witte Raaf, sept/okt. 2019.

Ausschreibung zum Thema Montage

Künstler und Philosophen sind eingeladen, einen (visuellen) Aufsatz, ein Exposé oder ein Manifest zum Thema Montage einzureichen. Offen für alle Disziplinen.

Freitag, 8. November, vor dem Sandberg-Vortrag besteht die Möglichkeit, Ideen zu erläutern und zu klären. Einsendeschluss ist der 15. Januar 2020. Wir werden die interessantesten Beiträge prüfen und veröffentlichen. Die Präsentation des neuen Magazins ist für April 2020 geplant.

Das Thema Montage wurde aufgrund seiner Rolle als methodischer Topos in verschiedenen künstlerischen Praktiken und damit auch in der Sammlung DeFKa gewählt. Wir sind gespannt, wie wichtig das Thema im aktuellen künstlerischen und philosophischen Diskurs für die Archivierung zeitgenössischer Kunst sein kann.

Na de juichverhalen over internet omslaan, is het tijd voor een herevaluatie van het papieren tijdschrift.” Daniël Rovers, Hanne Hagenaars, DWR 200 / juli-augustus 2019.

 

 

Magazin

Bij het plaatsen van de Oproep – Call, Ausschreibung – voor een bijdrage aan het nieuwe DeFKa SC Tijdschrift komen we bij de vertaling Magazine en Magazin.

Dat doet uiteraard weer allerlei laatjes opengaan met betrekking tot woordkeus. Een tijdschrift zoals wij dat willen laten functioneren als Platform is inderdaad een soort magazijn: een depot, opslag, voorraadkamer, kennisbank, maar ook archiefstudie- en discussieruimte. Dit ruimtelijk gegeven is expliciet deel van het tijdschrift omdat het beeldende en visuele essays integreert. Daardoor tevens de gelegenheid geeft voor performatieve en installatieve ervaringen.

91C9B877-3377-45FE-A6E2-327FEC4F8A2E

Beeld: Claudia Piepenbrock – Titel: Magazin, Neue Halle, in Gerhard-Marcks-Haus van 25 augustus tot 17 november 2019, Bremen. Tentoonstelling >zustand in zonen<. Materiaal: Stahl, Blech, Schaumstoff. Afm.200x400x440.

Wat vooraf gaat

Hoe om te gaan met het verleden is de centrale vraag bij het optekenen van geschiedenissen, maar vooral bij archiveren, vanwege de bewaarfunctie. Om maar meteen Terry Cook te citeren:”Archivists recall that Memory, Mnemosyne in Greek mythology, is the Mother of all the Muses.  Through her, society may be nursed to healthy and creative maturity.”

E21ABAE2-0877-42FB-858E-229BBC0C64A8

Wat bewaar je en waarom. Al te vaak is het gebruik geweest om datgene te archiveren wat instrumenteel kon zijn in rechtsaanspraken en sociaal-culturele dominantie. Het zo ontstane archief bepaalt achteraf wat tot het collectieve geheugen zou moeten behoren en wat niet. Het feit dat er nu meer aandacht is voor hoe te archiveren wijst op een meer diverse interesse en bredere aanpak van wat we belangrijk vinden en vooral een minder eenzijdige aanpak. Immers elke selectie heeft beantwoord aan bepaalde verwachtingen en het kan juister zijn om bepaalde gebeurtenissen in een grotere context en met meer nuance te historiseren. Dit vervolgens ook, in de tijd, te beargumenteren zonder daarbij in de hoeveelheid data te verzuipen.

Cook (1997) meende daarom dat we van produkt georienteerde archivering over moeten stappen naar een proces georienteerde aanpak. Niet geheel toevallig lijkt het, mede gezien het steeds intensiever gebruik van digitale media en het mede daardoor populairder worden van het (pragmatische) procesdenken in kunst en cultuur. Hij noemt in dit verband als belangrijke thema’s in de archivalische theorie de beoordeling van archieven, als geheel of als archiefstukken, “records”, en de beschrijving.

Hiervoor grijpt hij onder anderen terug op de Nederlandse Handleiding uit 1898 die het grote voorbeeld schijnt te zijn geweest voor de ontwikkeling van archiefsystemen. Hoewel het grote verschil met vroeger is dat er nu meer stukken worden bewaard, meer individuele archieven in plaats van het bewaren van complete archieven, zijn veel  systeemregels nog steeds van nut. Waar voorheen echter de inventarisatie van archiefspullen voornamelijk ontstond op basis van institutionele gewoonte, de overdracht van fysiek materiaal, zou nu een omslag gemaakt kunnen worden richting de kwestie van herkomst en publieke ondersteuning. Het theoretisch contextualiseren van de overdracht kan hierbij volgens Cook leiden tot het ‘ontzorgen’ van de archivaris en vooral een betere toegankelijkheid van de (externe) archiefcollecties: “A redefined sense of provenance also offers archivists, their sponsors, and their researchers a means to stop drowning in an overwhelming sea of meaningless data and to find instead patterns of contextualized knowledge, which in turn leads to the hope for wisdom and understanding.”

De schrijvers van de Nederlandse Handleiding, Muller, Fruin en Feith, hadden dit uiteraard al voorzien en toonden een goed oog voor zelfkritiek en archivalische improvisatie:”Wij zullen niet zuur zien, indien men in enkele détails of zelfs in hoofdzaken van deze regels afwijkt”.

13AAC56C-6B2C-473F-8342-0CA2CB1F8F08

Nederlandse Handleiding heruitgegeven door KVAN en Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1998. Terry Cook, What is Past is Prologue: A History of Archival Ideas Since 1898, and the Future Paradigm Shift, Archivaria 43, 1997.

Mal d’Archive

Op pagina 39 bij Valeria Luiselli (2019) lees ik over hoe ze dreigt te verdwalen in haar ‘documentatiedoolhof’ en over ‘archiefkoorts’. Het blijkt een verwijzing naar het boek Mal d’Archive van Jacques Derrida. Ik zoek het op en ik vind bij Peter Krapp (1995) een Engelse introductie. Archive Fever, deze koorts leg ik persoonlijk positief uit, maar het malle is anderzijds, bij Freud bijvoorbeeld, toch echt een pijn, een soort ziektebeeld.

Derrida begint hier echt vóóraf aan het begin. Zoals zijn werkwijze betaamd deconstrueert hij het woord Archè of Arkhé zijnde een historische bepaling van een beginpunt alsmede het aanvangen met het doel tot iets. Hij tekent hierbij aan dat de methode van archiveren ook de uiteindelijke inhoud van het materiaal transformeert: een eigentijdse, digitaal-formele wending geeft aan de structuur en het verstaan. Procedureel het geheugen van en voor de toekomst. “A spectral messianicity is at work in the concept of the archive and like religion, like history, like science itself, this ties it to a very singular experience of the promise.”

Na de voorbereiding begin dit jaar gaan we in september gestructureerd verder met de ontleding van ons DeFKa-archief bestaand uit een collectie beeldende kunst, boeken en documentatie. De documentatie bestaat deels uit een tentoonstellingsarchief en kunstenaarsdocumentatie, maar ook beleidsstukken en overheidscorrespondentie. Wat gaan we hier van bewaren, wat verdient een blijvende plek in ons geheugen? Van de correspondentie in ieder geval de stukken die een bijzondere casus vertegenwoordigen en die verder niemand anders in bezit heeft. Van de beleidsstukken vooral ons eigen beleidsverband over de jaren. Een eerste screening leverde alvast een opmerkelijke waarneming op, namelijk dat de stichting DeFKa waarschijnlijk meer over kunstbeleid heeft geschreven dan de gemeente Assen tot nu toe. De Archivering inclusief de collectie beeldende kunst wordt tevens uitgangspunt voor het nieuwe magazine DeFKa Research SC.

Post: Over actueel kunst- en cultuurbeleid van Rijk en de grotere gemeenten voor 2021-2024 zie BK-informatie juli 2019-5. 

Foto3: pagina uit Archief van verloren kinderen, Valeria Luiselli, 2019. Foto1: pagina van nationaalarchief.nl/archiveren

 

 

 

Een collectie boeken

De DeFKa Collectie omvat ruim 70 kunstwerken, waaronder schilderijen, grafiek, objecten, muziekdragers, films/video en andere bijzondere voorwerpen, vaak aangekocht of anderszins verkregen vanwege de tentoonstelling op dat moment. Daarnaast beschikken we over een collectie documentatie, van en over kunstenaars, alsmede prints, films, catalogi en ongeveer 250 boeken over kunst, filosofie, poëzie en architectuur, plus de eigen uitgaven.

Sinds de sluiting van ons museum verzamelen we geen kunstwerken meer, tenzij ze in direct verband staan met het nieuwe project dat draait rond de redactie van een nieuw halfjaarlijks tijdschrift, DeFKa Research SC genaamd, en het thema Archivering.

In dit kader zijn er recent 8 boekwerken aangeschaft.

Vanwege de universalistische gedachtengang leek het boek Homo Deus, a brief history of tomorrow van Yuval Noah Harari een terechte aanschaf. Niet alleen vanwege de pretentie die Harari heeft met zijn grote lijnen en verwachtingen omtrent wat ons te wachten staat, maar ook vanwege zijn spel met geschiedenisconcepten en de brede bijval in de media die het boek als een specifiek tijdsmoment, als tijdsdocument, betekenis geeft.

Een tweede aankoop is het boek Brieven over kunst, de correspondentie tussen Theo van Doesburg en de broers Rinsema 1915-1931. DeFKa heeft in het verleden, 2016, een mooie tentoonstelling gemaakt met als titel Elementaire Beelding en bovendien is ons Architectuurpodium Cercle Meudon (2005-2019) mede gebaseerd op de positie die Van Doesburg heeft ingenomen. Het boek eindigt in 1931 met de afscheidswoorden van Evert Rinsema die ook gepubliceerd zijn in de laatste editie van De Stijl: “Wie strijdt uit eigen beweging verwekt beweging (strijd). Zoo is hij innerlijk en naar buiten centrum. Deze waarheid heeft zich in het leven van Van Doesburg verwezenlijkt”.

De derde publicatie is een gelegenheidsmanifest geschreven door Nelleke Noordervliet ter gelegenheid van de Maand van de Geschiedenis 2018. De titel Door met de strijd – Nederland en Opstand slaat op verschillende alhier gevoerde oorlogen, maar wil vooral verwijzen naar het begrip strijd en opstand. Niet voor niets wordt ook Albert Camus opgevoerd ter verdieping van het kritisch (terug) lezen. Het strijdige en het ‘opstaan’ is een bij uitstek culturele gemeenplaats die herhaaldelijk in de moderne en hedendaagse kunst een ‘avantgardistische’ of experimentele toonzetting mag ondersteunen.

Dat is bijvoorbeeld het geval bij de vierde aankoop, de bundel Tijdgeesten over de Tijdlijn van Adrie Krijgsman. Een schrijver die tot voor kort vooral poëzie publiceerde, pakt nu uit in wat hij zelf noemt “een taalexperimentele, poëtische wandeling door de stad Assen, door de tijdgeest (ook die van mijzelf) en over de tijdlijn van sociale media”. Een stuwend relaas, dat gezien zijn lokale decor goed past binnen de collectie.

De vijfde aanschaf betreft Archief van verloren kinderen van Valeria Luiselli, dat blijkbaar (2019) bijzonder snel is vertaald uit het Engels door Molly van Gelder en Nicolette Hoekmeijer. Een fenomenaal beschreven exposé waarin de urgentie van de zuidamerikaanse kinderemigratie wordt verbonden met eigen ervaringen van de hoofdpersonen, inclusief anthropologisch, epistemologisch en archivarisch onderzoek. Tevens de onderwerpen die centraal staan in ons komend magazine.

Zesde boek is Mathilda van Mary Shelley uit 1820 en in 2017 uitgeven in de vertaling van Marijke Versluys en met een nawoord van Hanna Bervoets. De zelfreflectieve vraag wordt nu heel erg acuut existentieel, namelijk: verzamel je op inhoudelijke tekst, of verzamel je ook op grond van contextuele kennis, op secundaire of tertiaire gronden, vormgeving, relaties  met andere boeken, kunstwerken, de collectie zelf, tijdgeest. Zo geformuleerd is het antwoord op alle aspecten vermoedelijk bevestigend. Mathilde is een erg persoonlijk verhaal van de schrijfster die aan het begin staat van een romantische modernwetenschappelijke kritiek dankzij dat andere boek Frankenstein, the Modern Prometheus (1818).

De volgende, zevende, publicatie betreft No more Hugh Laurie, an analysis of the existence of a character, uitgebracht door Stephanie Jack Engelbrecht. Dit werk is verschenen ter gelegenheid van haar afstuderen aan de Artez Kunstacademie 2019. Het geeft inzicht in hoe Engelbrecht zich verhoudt tot het beeldend vormgeven aan een personage en interpreteert het ‘fictieve’ verschil tussen tekst en beeld. Het talent van Engelbrecht is meervoudig, transdisciplinair in aanpak met aandacht voor overlevering.

De laatste, achtste, aanwinst bestaat uit een tweetal readers van Heike de Wit, eveneens verschenen als eindpresentatie Artez 2019, onder de titel Paratext Publishing. In dit grafisch project vestigt zij de aandacht op formele aspecten, het ontwerpen van een uitgave, maar legt daarbij direct de focus op de inhoud van de tekst. Dit gebeurt door middel van de introductie van een nieuw First Person magazine en een publieke lezing met als onderwerp onder meer genderpolitiek en post-humanisme.

Na het verzamelen “een vruchtbare vorm van vooruitschuiven” komt het Archiveren nader en naderbij “het heropbouwen van geheugen in verhalen”. (Luiselli).

 

 

 

Folly Art

Op de meest recente Dag van de Architectuur op vrijdag 14 juni gaven Rob en Ina Reynders een boeiende lezing over hun project Folly Art Norg dat dit jaar, in augustus, voor de tweede keer gehouden wordt. Er waren ruim 60 inzenders, afkomstig uit heel Nederland, waarvan twintig werden geselecteerd. Zij toonden beeldmateriaal van een aantal ontwerpen die veel verwachtingen losmaakten. De intentie blijft om een kleinschalig maar kwalitatief hoogstaande manifestatie te organiseren waarbij beeldende kunst, architectuur en natuur op een ongebruikelijke, ‘bizarre’ wijze samengaan. Als tijdelijke vorm van kunst in de openbare ruimte.

Opening op Zondag 4 augustus 2019, om 11.00 uur

http://follyartnorg.nl/bezoekers/

AE7C9CA0-C382-44BD-9DDA-CEDB67C37615

Een tweede gesprek over architectuur vond s’ middags plaats bij Rabarb Architecten. Van de lijst met actuele thema’s wierpen er twee veel discussie op. Namelijk de behoefte aan een integrale, stedelijke architectuurvisie zoals van een stadsarchitect of bouwmeester verwacht zou kunnen worden. De ontwerpwedstrijd voor het Koopmansplein mag dit illustreren.  En het tweede punt was aansluitend de eventuele nieuwbouw in het voormalig Havengebied. Wordt dit: Bedrijventerrein, Festivaldomein of Wooneiland? Er zijn diverse ideeën rond dit gebied gelanceerd, met name bijvoorbeeld tijdens Europan 12, maar met heel weinig tot geen gevolg. Communicatie over gemeentelijke bouwplannen, voornemens en programma’s, ook richting de lokale beroepsgroep – kunstenaars, architecten – komt spaarzaam tot stand.

Bemoedigende ontwikkeling in Assen is de lichte toename en renovatie van herbestemde locaties voor particulier wonen en kleinere winkels. Hoewel leegstand in de binnenstad nog lang niet is opgelost. Daarnaast lijkt de commotie rond het Koopmansplein inmiddels beslist in het voordeel van OKRA Landschapsarchitecten: uitvoering in 2020. Blijft over de herinrichting van de directe omgeving van dit centrale plein en de relatie tot het vastgoed.

De opgave die aanwezigen zich stellen is de mogelijke (her)invoering van een stedelijk overleg tussen architecten, kunstenaars, overheid en ngo-partners. De vraag naar punt 3: “de aspecten kwaliteit en experiment in steden- en woningbouw in Assen” inclusief cultureel klimaat en uitstraling van de stad is daarbij constant actueel.